Hoe honden leren deel 1

Hoe leert een hond nieuwe dingen.

Het brein is het belangrijkste orgaan van je hond. Althans, volgens het brein. De hersenen beheersen het vermogen om te denken, communiceren, voelen, zien, horen, te onthouden, lopen en controleert zelfs de ademhaling. Toch weten we nog weinig over het (honden)brein en beginnen we pas de laatste jaren echt te ontdekken hoe leren in het brein plaatsvindt. In dit artikel staat het leren van neurowetenschappelijk perspectief centraal. Dit is dus niet een artikel over hoe je je hond commando’s of trucjes aanleert, over hoe je ‘m bezighoudt met puzzels of spelletjes. Al is het maar oppervlakkig; begrijpen wat er in de hersenen gebeurt tijdens het leerproces kan je helpen met het maken van de juiste keuzes en het voorkomen van het maken van verkeerde keuzes.  

Een groot deel van dit artikel is geschreven op basis van het werk van het werk van het Huberman laboratorium aan de Stanford Universiteit dat onder andere in Science en Nature is verschenen. Huberman stelt dat er twee stappen zijn die leiden tot nieuwe kennis: intense focus en intense rust.

Intense focus

Een jonge zwerfhond wordt wakker met dorst; hij heeft water nodig. Hij weet niet zozeer dat hij water nodig heeft, maar voelt wel lichte stress en komt in beweging. Alle dieren, of het nou mensen, honden of dakduiven zijn, hebben een vorm van stress nodig om in beweging te komen. Het brein geeft noradrenaline af. Zou dit niet gebeuren dan zou de hond blijven waar hij is. Mensen met erg lage niveaus van noradrenaline zijn lethargisch en voor honden is dit niet anders.

Noradrenaline is het stresshormoon en maakt een hond onrustig, Maar het geeft ook energie om in beweging te komen. Deze energie moet echter gericht worden. Acetocholine is een neurotransmitter en vernauwd de focus door het relevante neurologische signaal te versterken (dorst) en andere afleidende signalen naar de achtergrond te verwijzen. Aangezien water van levensbelang is, kun je nagaan dat dit een sterk signaal is.

De hond zwerft over straat en ruikt water (honden kunnen water ruiken), loopt naar een plas water op straat en neemt een slok. Op dat moment geeft het brein een signaal dat de zwerfhond op de goede weg is. Het brein doet dit door dopamine (ook wel het beloningshormoon genoemd) af te geven. Dit geeft een goed gevoel en verlaagt de stress die noradrenaline geeft. Zal de stress alleen maar oplopen zal de hond gefrustreerd raken en opgeven. Dit verklaart ook waarom het winnende team in een sportwedstrijd zoveel meer energie heeft na een wedstrijd. Ook verscherpt dopamine de focus van de hond om bijvoorbeeld nog meer, of een betere bron van water, zoals een meer te vinden.

Dopamine wordt niet alleen afgegeven aan het einde van de weg, maar ook bij iedere goede afslag of mijlpaal. In dit geval was de plas water, die misschien niet altijd aanwezig is of van mindere kwaliteit, een mijlpaal op de weg naar een betere bron van water. Dopamine helpt dus, in dit geval letterlijk, met het vinden van de weg. Het hormoon wordt niet alleen maar afgegeven bij voedsel maar bijvoorbeeld ook bij sociale interacties. Vanuit evolutionair perspectief hartstikke logisch want wanneer een dier niet eet, drinkt of seks heeft dan zal de soort niet blijven bestaan.

Samenvattend. Noradrenaline geeft noodzakelijke stress en energie. Acetylocholine geeft richting aan deze energie en dopamine beloont de hond en onderdrukt de stress die door noradrenaline vrij is gekomen.

Intense rust

Iedere keer dat een hond iets leert verandert het brein, dit wordt ook wel neuroplasticiteit genoemd. De zwerfhond moet natuurlijk wel onthouden wat je moet doen bij een gevoel van dorst en hoe je water vindt.

De eerdergenoemde neurotransmitter acetylcholine heeft de synapsen (de verbinding tussen neuronen) in de hersenen die belangrijk waren bij het vinden van water al gemarkeerd voor verandering. Het leren vindt niet plaats op het moment dat hij water vindt. De verandering in het brein vindt pas plaats tijdens de daaropvolgende diepe slaap. De volgende keer dat hij dorst heeft zal hij daarom een stuk gemakkelijker water vinden dan de eerste keer.

Iedere keer dat de weg tussen neuron A en B wordt belopen in de hersenen wordt het gemakkelijker. Stel je een bos voor waar je van punt A naar B moet lopen. Er zijn nog geen paden en je moet veel energie steken om van punt A door het struikgewas bij punt B te komen. Bij de eerste leerervaring is stroomt er ook daadwerkelijk meer bloed in de hersenen. Na de eerste keer dat je deze weg hebt belopen is er al iets van een paadje. Bij iedere herhaling wordt dit pad gemakkelijker te belopen tot er een razendsnelle snelweg ligt.
Slaap is dus niet slechts een moment van rust maar juist het moment wanneer de grootste wegwerkzaamheden in het brein plaatsvinden. 

Omdat dit een erg lang artikel aan het worden is heb ik ‘m opgedeeld in meerdere delen. Dit is deel 1. Het volgende deel zal komende week verschijnen.

Leave a Comment