Hoe honden leren deel 2: Oudere honden

Kunnen oude honden nieuwe trucjes leren?

“You can’t teach an old dog new tricks”, is het bekende Engelse gezegde. Hoewel ik denk dat er weinig hondenmensen zijn die geloven dat je een oude hond helemaal niets meer kan leren; het is wel zo dat oudere honden moeilijker leren. Wanneer mensen de 25 zijn gepasseerd is het leren van een nieuwe taal al erg moeilijk, terwijl een kind in een jaar een vreemde taal spreekt zonder accent. Onderzoek heeft ook aangetoond dat oudere honden meer moeite hebben met het leren van nieuwe dingen. Maar het verhaal is genuanceerder dan het verhaal van constante cognitieve achteruitgang.

Het effect van ouder worden op cognitie

Onderzoek naar het effect van ouder worden op cognitieve processen (leren, geheugen, logisch redeneren) is tot de afgelopen jaren bijna alleen maar op mensen gericht. Lisa Wallis en Friederike van het onderzoeksinstituut Vetmeduni onderzochten bijna honderd honden in de leeftijd van 5 maanden tot 13 jaar.
De resultaten lieten zien dat oudere honden langzamer leren en een lagere coginitieve flexibiliteit hebben. Dat laatste betekent dat ze vaker aan keuzes vast blijven houden en minder snel geneigd zijn om iets anders te kiezen. Dat verklaart waarom het zo moeilijk is om tijdens het kerstdiner opa te overtuigen om iets minder racistisch te zijn.

Nieuwe dingen leren

Ik heb een sterk vereenvoudigde weergave van het onderzoek weergegeven in een grafiek. De donkere lijn geeft het gemiddelde aan. Die laat duidelijk zien dat oudere honden meer sessies nodig hebben om iets te leren. De lichte lijnen geven de bandbreedte aan waarbinnen de honden functioneerden. Het verschil tussen de slechtste en beste jongen honden is nog niet zo groot. Maar naarmate de honden ouder wordt het verschil groter en groter. Vlakt bij de beter presterende honden de lijn juist af, bij de slechter presterende honden stijgt de lijn steeds sneller.

Logisch redeneren

Opvallend is dat in een volgende test waarbij logisch redeneren centraal stond, oudere honden het juist beter deden. De honden moesten op een touchscreen kiezen uit twee fotos. Één van de foto’s was een nieuwe foto, de ander een bekende foto van een vorige test waar het een negatieve associatie had. De honden moesten raden dat deze bekende foto de ‘verkeerde’ was, en dat de nieuwe foto dus de goede keuze was. De onderzoekers denken dat dit voor een groot deel te maken heeft dat oudere honden meer blijven vasthouden aan wat ze eerder hebben geleerd (in dit geval de negatieve associatie met de eerste foto) en daarom beter presteerden.

Het geheugen

Zes maanden na de eerste test werd het geheugen van de honden getest. Bijna alle honden herinnerden zich de foto’s correct en leeftijd speelde geen factor van betekenis. Dat betekent natuurlijk niet dat het geheugen altijd even goed blijft. Maar vooral dat zes maanden niet tot slechtere prestaties leidde. Om het geheugen te onderzoeken zal een onderzoek nodig zijn die honden een leven lang testen. Zeker om dit op grote schaal te doen is niet alleen kostbaar, maar ook logistiek moeilijk.

Oude honden kunnen net zo goed nieuwe trucjes leren.

Het grote verschil zat ‘m dus vooral in het aanleren van nieuwe dingen. Wat mij uit het bovengenoemde onderzoek vooral opvalt is dat de beter presterende oudere honden relatief weinig cognitief verval tonen. Aan de andere kant presteerden de honden die al slecht presteerden steeds slechter. Kortom het verschil wordt steeds groter.

Mensen die sociaal actief zijn, zichzelf mentaal stimuleren, een gezond dieet hebben en goed slapen tonen gemiddeld veel minder verval dan anderen. Sterker nog, onderzoek aan Stanford University laat zien dat ouderen net zo goed in staat om nieuwe neurologische verbindingen te maken als jongeren. Mits, er sprake is van intense focus en intense rust. Ik zou geen reden kunnen verzinnen waarom dit bij honden heel anders zal zijn.  

Intense rust

Laten we beginnen met het laatste deel van het leerproces; intense rust. In voorgaande artikelen schreef ik dat de neurologische veranderingen die nodig zijn om te leren, plaatsvinden tijdens de slaap en dan met name de REM-slaap Oudere honden slapen gemiddeld veel minder dan jonge honden. Honden met ademhalingsproblemen hebben hier ook last van. Onderzoek naar de Engelse Bulldog en de King Charles Spaniël toonden aan dat deze honden vaak last hebben van slaapproblemen en minder REM-slaap hebben. Mensen die snurken of slaapapneu hebben (zuurstofschuld door slechte ademhaling) hebben bijvoorbeeld ook meer kans op dementie en andere cognitieve problemen. Als baasje van een oudere hond heb je misschien nog wel meer de taak om slaap te prioriteren dan bij jongere honden.

In het voorgaande artikel heb ik de wijze waarop acetylcholine werkt. Om het nog heel kort te herhalen; acetylcholine markeert de neuronen die het tijdens de slaap wil gaan veranderen. Oudere honden hebben minder van deze stof in hun hersenen terwijl jonge honden er bij wijze van in zwemmen. Nu zit choline niet voor niets in onze Senior supplementen, maar alleen supplementeren levert niet ineens cognitieve winst op.

In het Hongaars slaap-onderzoek bij honden werd het effect van slaap op directe cognitieve prestaties onderzocht. Honden moesten nieuwe commando’s aanleren. Na het leren werd er 3 uur geslapen. Tijdens deze slaap vielen er veranderingen in de hersengolven die met leren te maken hebben, waar te nemen. Neurologische paden werden aangemaakt, na deze slaap leerden de honden sneller, waarschijnlijk omdat die neurologische verbindingen gemakkelijker te belopen. Een week later testten ze dezelfde honden opnieuw. Honden die de commando’s leerden en verder alleen rust kregen (of wat ontspannen mochten spelen, wandelen) presteerden de week erop nog beter.

Intense focus


Een andere groep honden in het onderzoek moest ook nog niet-gerelateerde taken aanleren. Zij presteerden niet alleen slechter dan de eerste groep, ze presteerden zelfs slechter ten opzichte van zichzelf een week eerder. De wijze les die je hieruit zou kunnen halen is dat je niet je hond te veel dingen tegelijk moet willen leren. Het is beter om de focus op specifieke zaken dan om ‘van alles wat’ te doen.

In het vorige artikel beschreef ik een hele andere vorm van focus. In dat artikel ging een dorstige hond op zoek naar water. Hij beloonde zichzelf met een slok uit een plas waardoor onder invloed van dopamine de focus verder vernauwde naar het zoeken naar meer water. Focus is het gevolg van urgentie. Voelt de hond deze urgentie niet zal hij minder of zelfs helemaal niet leren.

Jura is inmiddels bijna 10 en ze is nog steeds extreem gemotiveerd, zeker wanneer het om eten en om speuren gaat. Ze komt nog steeds met ingenieuze eigen oplossingen om haar doel te bereiken. Nieuwe commando’s aanleren en de meeste andere oefeningen boeien haar gewoon niet meer. Kortom, ze ervaart geen urgentie; ze raakt alleen maar ongeduldig en stopt ermee. Toen ze nog jong was vond ze alles geweldig om te leren, nu moet ik de oefeningen interessant voor haar houden. Doe ik dat niet blijven alleen de gebaande neurologische paden in haar hersenen bestaan terwijl het zo belangrijk is om een leven lang te blijven ontwikkelen.

In natuurlijke vormen van leren komt de beloning in de vorm van dopamine niet alleen aan het einde van het proces. Sterker nog, de rol van dit beloningshormoon is juist om de hond te motiveren door te gaan richting het doel. Daarom ben ik zo’n fan van bijvoorbeeld snuffeltuinen- en kleden omdat ze niet constant dezelfde oplossing voor een ‘probleem’ vereisen. Honden moeten zelf hun intelligentie gebruiken en ze motiveren zichzelf met ieder succes dat ze tijdens hun speurtocht hebben. Oefeningen waarbij er geen natuurlijke relatie tussen het probleem en de oplossing is ben ik minder van gecharmeerd. Een voorbeeld daarvan is wanneer een hond op z’n achterste gaat zitten, een ‘klik’ van de klikker hoort en een koekje krijgt. In dat geval is er geen enkele relatie tussen zitten, het geluid en het koekje. Het levert de hond ook geen gereedschap op dat ze misschien in andere situaties kan gebruiken.

Hoewel de oudere hond waarschijnlijk een stuk minder kan doen dan dat hij de jaren ervoor deed; de wandelingen zijn misschien korter, hij heeft minder sociale interacties met andere honden en dingen zijn wat minder nieuw en spannend. Dat hoeft niet te betekenen dat een oude hond niets meer kan leren. Wanneer er aan de voorwaarden van rust en focus wordt voldaan kan een oude hond net zo goed nog nieuwe dingen leren en tevreden zijn.

Bronnen

The interrelated effect of sleep and learning in dogs ( Canis familiaris ); an EEG and behavioural study | Scientific Reports
Sleep in the dog: comparative, behavioral and translational relevance – ScienceDirect
Sleep‐disordered breathing in the Cavalier King Charles spaniel: A case series – Hinchliffe – 2019 – Veterinary Surgery – Wiley Online Library
The English bulldog: a natural model of sleep-disordered breathing | Journal of Applied Physiology
Dynamic Brains and the Changing Rules of Neuroplasticity: Implications for Learning and Recovery
Old Dogs Learning New Tricks: Neuroplasticity Beyond the Juvenile Period
Aging effects on discrimination learning, logical reasoning and memory in pet dogs | SpringerLink

Leave a Comment