Honden zijn (geen) domme wolven

Zijn honden domme wolven?

Zijn honden de domme afstammelingen van wolven? Een eenvoudige vraag met een complex antwoord.

ONDERZOEK NAAR HONDEN EN WOLVEN

Je hoort het wel eens iemand zeggen: “Honden, dat zijn gewoon domme wolven.” In een eerder artikel schreef ik dat de hersenen van honden 25% kleiner zijn dan die van hun voorouders. Het helpt de honden ook al niet dat ze in de jaren ’80 tijdens onderzoek volledig werden vernederd door wolven in een intelligentie-test. Het was alsof de amateurs van Alteveer 6 het op moesten nemen tegen het sterrenteam van Barcelona.

Four 10-wk-old Eastern timber wolves and four 10-wk-old malamutes were presented with a series of puzzle boxes that required them to perform increasingly complex manipulations to extract a food dish. Wolves averaged 5.8 successes in 8 trials, and malamutes averaged 1.5 successes.

Vilmos Csányi, een Hongaarse onderzoeker die in de jaren zeventig besloot honden te gaan onderzoeken, vond de breed gedeelde opvatting dat honden niet meer dan domme wolven waren veel te kort door de bocht. Hij vermoedde dat honden zo slecht scoorden omdat ze mogelijk dachten dat ze dan misschien iets deden wat niet mocht. Bijvoorbeeld een hek openen om bij voedsel te komen. Om die reden besloot hij het onderzoek uit de jaren ‘80 te herhalen.

De Hongaar verdeelde de honden in twee categorieën. Buitenhonden, die zelden tot nooit in huis kwamen en gewend zijn om alleen te zijn, en gezinshonden die voornamelijk binnen woonden. De meeste, maar niet alle buitenhonden, aarzelden niet om bijvoorbeeld het hek te openen nadat een persoon het voordeed. Ze snapten direct hoe het handvat van het hek werkte en losten zo het probleem op.

Geen enkele binnenhond probeerde het hek te openen, ze bleven maar naar hun baasje kijken. Pas nadat het baasje nadrukkelijk aanspoorde om het hek proberen te openen deden sommige honden dat, maar ook toen bleven sommige honden naar hun baasjes kijken en leken hun hulp te willen. Het Hongaarse team kwam tot de volgende conclusie:

“Het toonde aan dat honden problemen konden oplossen zoals wolven doen, maar ze hebben ook de bijzondere wens om samen te werken met hun baasjes, om een commando op te volgen. Ze willen met ons samenwerken.”

Hoewel ik de resultaten van Csányi niet wil betwisten kun je het ook minder positief opvatten. Namelijk dat wat de honden lieten zien, is niet zozeer samenwerken maar wat Martin Seligman al in de jaren ’70 observeerde, namelijk “Learned Helplessness”. De honden hebben zich aangeleerd al snel hulpeloos op te geven en hun baas aan te kijken.

Op de meeste onderdelen van intelligentie legt de hond het af tegen zijn wilde voorganger. Honden zijn ronduit dramatisch als ze met elkaar samen moeten werken, dat blijkt uit onderzoek van Sarah Marshall-Pescini. In het Wolf Science Center leven zowel honden als wolven in roedels in vergelijkbare omstandigheden. In duo’s van twee honden of twee wolven werden per soort meer dan 400 tests uitgevoerd waarbij ze moesten samenwerken. Slechts twee keer lukte het de honden door samen te werken de test op te lossen. En de wolven? Die deden dat 100 keer!

Uit onderzoek van Michelle Lampe blijkt dat wolven causale verbanden kunnen leggen waar honden dat niet kunnen. Samenwerken, het leggen van verbanden en het oplossen van problemen zijn allemaal noodzakelijke kwaliteiten om te overleven in de natuur, en dus zijn wolven inderdaad een stuk slimmer dan honden. Maar is er dan helemaal niets waarin honden beter zijn?

Wolven krijgen alleen hun beloning als ze gelijktijdig even hard aan het touw trekken (foto: Wolf Science Centre)

HET BEGRIJPEN VAN AANWIJZINGEN

Een tweede onderzoek van de Csányi en zijn team toonde aan dat honden goed letten op waar mensen naar wijzen of naar kijken – iets waar zelfs chimpansees veel moeite mee hebben. In tegenstelling tot de mens en de chimpansee, heeft de hond geen vingers om dingen aan te wijzen, des te knapper is het van de hond dat hij wel het idee van wijzen snapt. Geen enkel ander dier heeft dat vermogen zo goed ontwikkeld als honden. Al is ook gebleken dat wolven het snel aan kunnen leren.

Honden volgen zelfs zo goed de aanwijzingen van hun baasje op, dat wanneer zelfs met het bewijs voor hun ogen ze de verkeerde keuze maken als hun baasje bewust de verkeerde aanwijzing geeft. In een test plaatste een onderzoeker telken een bal in container A, terwijl hij oogcontact maakte met de hond en uitlegde dat hij de balin container A verstopte. Dan mocht de hond de bal vinden in container A, dat is niet al te moeilijk natuurlijk.

In de volgende fase, terwijl de hond toekeek, verplaatste het baasje de bal van container A naar container B. Hij bleef echter naar container A wijzen. Waar ging de hond nu naar de bal zoeken? Nog steeds in container A. De hond vond de duidelijke aanwijzingen van de baas belangrijker dan wat hij voor z’n eigen ogen zag gebeuren.

Ik heb deze test herhaald met Jura, de meest zelfstandige hond van de drie hier in huis, en ik had verwacht dat ze wel in container B zou gaan zoeken. Maar ze volgt toch echt eerst mijn commando op om in A te zoeken. Ze opende direct daarna wel container B, alsof ze eerst even snel deed wat ik vroeg om snel container B te openen. Maar toch, ik had dit niet verwacht.

HONDEN LEREN TAAL ZOALS MENSEN

Waar honden toch echt beter in zijn, is het leren van taal. Honden kunnen namelijk woorden leren op een manier die lijkt op die van een mens. Andere intelligente dieren zoals bonobo’s en dolfijnen kunnen ook communiceren met symbolen. Maar er is bewijs dat honden een strategie hanteren, die gebruik maakt van het principe van uitsluiting.

Honden weten dat objecten een naam/geluid kunnen hebben, en wanneer een nieuw object wordt geïntroduceerd met een geluid waarvoor ze nog geen naam hebben, leiden ze af dat het nieuwe geluid wel van toepassing moet zijn op dit nieuwe object. Immers, de andere objecten en de geluiden die daarbij horen kennen ze al, dus het nieuwe geluid moet wel bij het nieuwe object horen.

De border collie Chaser kende meer dan 1000 speeltjes met allemaal een unieke naam. Ook zij kon leren volgens het principe van uitsluiting, maar niet alleen dat. Chaser snapte ook dat een woord, bijvoorbeeld ‘frisbee’ kon slaan op een heleboel verschillende frisbees met verschillende kleuren en van verschillende formaten. Tegelijkertijd snapte ze dat een enkel object met meerdere woorden kon worden aangeduid. Zo verwijzen ‘vader’, ‘pappa’ en ‘Henk’ naar dezelfde persoon.

Onderzoeker Brian Hare, stelt dat sommige honden zelfs het principe van iconiciteit begrijpen. Je kunt ze een tweedimensionale afbeelding van iets laten zien en ze gaan dan het object in de afbeelding ophalen. Misschien is je hond dat weliswaar geen Einstein maar een taalkundig genie zoals Hemmingway of Austen.

Hond die deelnam aan het onderzoek (foto: Wolf Science Centre)

HET NADEEL VAN EEN GROTER BREIN

Over het algemeen zijn honden dus inderdaad een stuk minder intelligent dan wolven. Maar het zijn geen domme wolven, dat zou suggereren dat ze op alle onderdelen wat slechter zouden scoren. Het geval is dat honden op een aantal onderdelen zoals samenwerken, problemen oplossen, causale relaties leggen, veel slechter presteren dan wolven maar tegelijkertijd hebben ze er ook wat voor terug gekregen.

Honden leven in een mensenwereld en hebben specifieke kwaliteiten ontwikkeld om hier goed te kunnen functioneren. Het leven voor een hond is nou eenmaal een stuk gemakkelijker en een domme beslissing heeft waarschijnlijk veel minder gevolgen dan in het wild.

Het brein van wolven is overigens niet alleen groter zodat ze beter in staat zijn problemen op te lossen. Het verschil in hersengrootte heeft voornamelijk invloed op de sensorische gebieden, met name op zicht, gehoor en reukzin. Met andere woorden, honden zien, ruiken of horen niet zo scherp als wolven. Levend in een mensenwereld is er geen noodzaak om deze zintuigen optimaal te houden.

Onze eigen hersenen zijn overigens ook met 10% afgenomen sinds de landbouw en omdat we niet meer de horizon afspeuren op zoek naar voedsel worden we bijziend. Zeker nu we steeds meer tijd in huis doorbrengen gebruiken we onze ogen nauwelijks nog om dingen in te verte waar te nemen.

Veel honden hebben met hun scherpe gehoor en reukzin al veel problemen om te functioneren in onze snel drukker wordende wereld. Fins onderzoek heeft ook aangetoond dat honden in stedelijke gebieden meer gedrags- en angstproblemen hebben dan honden in landelijke gebieden.

Een wolf zou helemaal niet kunnen functioneren in een menselijke wereld. Hun grotere brein, die nog veel meer zintuiglijke informatie verwerkt, zou constant in staat van alarm zijn. En dus, misschien is het helemaal zo erg nog niet om een kleiner brein te hebben. Evolutionair is het in ieder geval volkomen logisch.

Artikelen

Vilmos Csányi – Use of experimenter-given cues in dogs

Michelle Lampe – The effects of domestication and ontogeny on cognition in dogs and wolves | Scientific Reports

Sarah Marshall-Pescini – Integrating social ecology in explanations of wolf–dog behavioral differences – ScienceDirect

Chaser: Unlocking the Genius of the Dog Who Knows a Thousand Words by John W. Pilley

noot

De standpunten en meningen in bovenstaand artikel zijn van mij persoonlijk. Ze vertegenwoordigen geen officieel standpunt van Cbdoggy of welke organisatie dan ook. Ze zijn niet bedoeld als medisch advies. Delen op social media wordt zeer gewaardeerd!