Waarom we onderzoek naar honden doen

Waarom weten we zo weinig over honden in vergelijking met andere dieren terwijl we al zoveel jaren samenleven? Waarom is het belangrijk dat we onderzoek naar honden doen? Dit artikel hoopt antwoord te geven op beide vragen.

Domesticatie (foto: Wolf Science Centre)

Waarom weten weten we zo weinig over honden?

We leven al zo’n 30.000 jaar met honden en omdat we ons leven met deze viervoeters delen staan ze in veel opzichten dichterbij ons dan chimpansees en bonobo’s. Waarom weten we in vergelijking met veel andere dieren dan zo weinig over honden? De reden hiervoor is heel eenvoudig: we hebben bijna een eeuw geen onderzoek naar honden gedaan. Tenminste, als je de groteske experimenten op honden in naam van de medische wetenschap niet meetelt. Aan die gruwelijkheden is er helaas nooit een gebrek geweest. Darwin maakte zich er al in de negentiende eeuw al druk over.

”[E]veryone has heard of the dog suffering under vivisection, who licked the hand of the operator; this man, unless he had a heart of stone, must have felt remorse to the last hour of his life. – Charles Darwin”

Maar serieus onderzoek náár honden (in plaats van óp honden) werd tot de jaren ‘70 nauwelijks gedaan. De reden hiervoor was dat gedomesticeerde dieren zoals honden, koeien en katten als kunstmatig werden gezien en daarom geen goed onderwerp van onderzoek waren.

Dit was niet altijd het geval. Want wie de boeken van Charles Darwin leest, komt tal van voorbeelden tegen waarbij hij honden aanhaalt. Hij beschrijft de relatie met mensen, hun uitdrukkingen en hun emoties. Hij deed ook onderzoek naar Zuid-Amerikaanse schapenhonden en andere werkhonden, en giste naar de effecten van de domesticatie van de wolf.

“[they] may not have gained in cunning, and may have lost in wariness and suspicion, yet they have progressed in certain moral qualities, such as in affection, trust, worthiness, temper, and probably in general intelligence. – Charles Darwin”

Na Darwin zou het bijna een eeuw stil zijn rondom de hond. Onderzoekers vonden honden maar dom en geen echte dieren. Als belangrijkste bewijs wezen de wetenschappers erop dat de hersenen van honden ongeveer 25 procent kleiner zijn dan die van wolven. Vermoedelijk verloren honden een zekere mate van intelligentie in ruil voor een minder uitdagend leven bij ons. Dat de mens (homo sapiens) waarschijnlijk ook minder intelligent is dan de neanderthaler heeft nooit iemand weerhouden om onderzoek te doen naar mensen.

Overigens zijn ook onze eigen hersenen 10% kleiner geworden sinds wij onszelf middels de landbouw hebben gedomesticeerd. Gelukkig zijn er steeds meer onderzoekers die honden serieus onderzoeken, al zal niet iedereen direct begrijpen waarom we überhaupt onderzoek doen naar dieren in het algemeen en honden in het bijzonder.

Baardmans was zijn tijd ver vooruit.

Onderzoek naar dieren

Zo lang de wetenschap bestaat zo lang doen we onderzoek naar dieren. Terwijl je dit leest zijn er bijvoorbeeld onderzoekers die ratten kietelen, op zoek zijn naar de ontlasting van de luiaard of tot hun middel in de blubber staan om een kikkertje ter grootte van een vingerkootje te observeren. Probeer dan maar eens je beroep uit te leggen! De gegevens die ze echter verzamelen en interpreteren zijn vaak hartstikke nuttig voor zowel dier, mens als omgeving.

Studies naar termieten levert ons zinvolle informatie op als het gaat om intelligentie en samenwerken, en kunnen ons helpen om betere kunstmatige intelligentie te ontwerpen. (Wired – What Termites Teach us about Robot Cooperation)

Wanneer we meer weten van het gedrag van dieren kunnen we betere keuzes maken om de soort in stand te houden of natuurreservaten te ontwerpen. Een klein torretje kan bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor complete ontbossing, en door hun gedrag te bestuderen kunnen we bossen anders inrichten. (Interactions among the mountain pine beetle, fires, and fuels)

Aangetaste bomen werken als lucifers

Onderzoek naar honden

Het unieke van het onderzoek naar honden is dat het om een dier gaat dat in een mensenwereld leeft. Het is dan ook niet verrassend dat onze gezamenlijke band centraal staat in een groot deel van de onderzoeken Honden doen ertoe en spelen een belangrijke rol in ons leven. Veel honden zijn onmisbare gezinsleden, anderen speuren naar kanker of terroristen. In sommige culturen zijn honden belangrijk voor de jacht of voor de bescherming van kuddes. Millennia staan deze viervoeters aan onze zijde, en door ze beter te begrijpen kunnen we ook een betere wereld voor hun creëren.

Recent onderzoek richt zich bijvoorbeeld op hoe honden onze communicatie snappen, hoe honden navigeren en samenwerken. Dat levert niet alleen informatie over de hond op, maar ook over onszelf. We kunnen ook begrijpen wat de effecten van domesticatie zijn. Immers we hebben zowel de hond als zijn natuurlijke voorouder, de wolf, tegelijkertijd op aarde rondlopen. We hebben bijvoorbeeld aangetoond dat honden beter dan welk dier dan ook onze aanwijzingen begrijpen en dat het liefdeshormoon oxytocine een belangrijke rol speelt in de band met onze honden. Zelfs bij het zien van een afbeelding van het baasje, produceert een hond oxytocine, andersom geldt hetzelfde. Vijf minuten je hond aaien en je verlaagt je stress aanmerkelijk. Ik denk niet dat een wilde wolf ook maar iets voelt bij het zien van een afbeelding van een mens. Een wilde wolf aaien is ook niet zo’n slim idee en werkt zeker niet stressverlagend.

Kunnen honden en wolven goed samenwerken? (foto: Wolf Science Centre)

Nuttig onderzoek

Dankzij wetenschappelijk onderzoek erkennen veel meer mensen de emotionele, fysiologische en mentale behoeften van honden. Daardoor gebruiken mensen steeds vaker trainingsmethoden die beter zijn voor honden en daardoor zullen de relaties met ons verbeteren. We zijn misschien inmiddels al vergeten dat zelfs de gevierde Martin Gaus vroeger slipkettingen gebruikte waaraan je een flinke ruk af als je hond niet deed wat jij wilde. Onderzoek naar de effectiviteit van straffen en belonen heeft bijvoorbeeld veel genuanceerdere methodes opgeleverd met betrekking tot ‘positive en negative reinforcement’.

Twintig jaar geleden trainden de Navy Seals hun honden met prikbanden en metalen staven. Tegenwoordig staan deze gespierde gasten klaar met tennisballen en koekjes! En als je denkt dat deze honden slappe versies zijn geworden van hun voorgangers dan heb je het mis. Onlangs nam een hond van de Seals tijdens een gevaarlijke missie die leidde door ondergrondse tunnels in Syrië, de leider van ISIS, Abu Bakr al-Baghdadi te grazen. Kortom de wetenschappelijke studie van honden helpt zowel mensen als honden.

Foto onderzoek naar honden
Nieuwe inzichten in trainingsmethoden hebben er toe geleid dat honden beter worden behandeld

noot

De standpunten en meningen in bovenstaand artikel zijn van mij persoonlijk. Ze vertegenwoordigen geen officieel standpunt van Cbdoggy of welke organisatie dan ook. Ze zijn niet bedoeld als medisch advies. Delen op social media wordt zeer gewaardeerd!

Leave a Comment